PWO-Interventie onderzoek

Onderzoek wijst uit dat mensen met de ziekte van Parkinson (hierna afgekort mensen met de ZvP) neigen tot inactiviteit door problemen met balans en het lopen als één van de symptomen van de ziekte.  Lichamelijke inactiviteit verhoogt de kans op het ontstaan van secundaire problemen zoals osteoporose, obstipatie, cardiovasculaire en respiratoire aandoeningen. (van Nimwegen , et al., 2011; Keus, Bloem, & Munneke, 2003; KNGF, 2004) Gezien de ziekte van Parkinson niet kan genezen, worden naast medicatie, preventieve behandelinterventies (zoals meer bewegen) aanbevolen om de kwaliteit van leven te verbeteren en de zelfstandigheid, veiligheid en het welbevinden in het dagelijks functioneren te behouden. In de literatuur zijn geen aanbevelingen te vinden voor verpleegkundigen om mensen met de ZvP en hun omgeving (mantelzorgers, familie) hierin preventief te ondersteunen.

Het proces om te komen tot een interventie-ontwikkeling bestaat uit volgende stappen (volgens Utrechts model (van Meijel et al., 2004)) en gebeurt in samenwerking met az Delta, dagziekenhuis Parkinson.

  • Probleemdefiniëring: Zicht krijgen op de stimulerende en belemmerende factoren met betrekking tot bewegen. (literatuurstudie en kwantitatief onderzoek)
  • Bouwstenen om te komen voor een interventie-ontwerp: Inzicht krijgen in de onderliggende processen die meespelen in het al dan niet meer bewegen van mensen met de ZvP. Nagaan op welke manier hulpverleners hen kunnen ondersteunen. (kwalitatief onderzoek)
  • Het interventie-ontwerp: Op basis van voorgaande stappen, uitwerken van een interventie die gericht is op het stimuleren van   mensen met de ZvP om (meer) te bewegen
  • De validering van de interventie:Implementatie interventie via een piloottest. Evaluatie van de implementatie gebeurt na uitvoering van een piloottest bij mensen met de ZvP, hun mantelzorgers en hulpverleners. (kwantitatief en kwalitatief onderzoek)